Kerngezonde konijntjes

Een overzicht van vaak voorkomende konijnenziekten en wat je ertegen kan doen.

  • RHD: dit virus wordt overgedragen door uitwerpselen, speeksel of urine. Het zijn de wilde konijnen die voor besmetting zorgen dus vermijd niet alleen direct contact, maar denk er ook aan dat wilde konijnen groenvoer kunnen besmetten. Geef dus nooit groen dat je in het wild geplukt hebt. Dieren jonger dan 6 weken zijn niet gevoelig.

    Typische symptomen: plotse sterfte en een bloedneus.

    Preventie door vaccinatie: 2 keer per jaar – een besmetting moet je aangeven.

 
  • Myxomatose: dit virus wordt overgedragen door stekende insecten zoals muggen, vandaar dat deze ziekte meestal tijdens de zomer en de herfst uitbreekt. Preventief kan je muggengaas rond je konijnenhok doen.

    Typische symptomen: wratachtige knobbels t.h.v. oogleden, oren, neus, etterige oog- en neusvloei. De uiteindelijke doodsoorzaak is vaak uithongering (ogen dicht, geen eten meer vinden). Gezelschapskonijnen kunnen gedwangvoederd worden en overleven.

    Preventie door vaccinatie: jaarlijks.

 
  • Diarree: verstoring van de darmflora veroorzaakt door:
    • een teveel aan koolhydraten (bv. van brood) waardoor de bacteriën veel voeding krijgen en sterk vermeerderen.
    • te weinig hooi waardoor de darmen stilvallen en de normale darmflora verstoord wordt.
    • bacteriële (colli) en parasitaire (coccidiose) infecties

    Direct ingrijpen is nodig: ga meteen naar de dierenarts, want afhankelijk van de oorzaak zal de behandeling verschillen.

 
  • Dikke buikenziekte: een meestal multifactoriele aandoening (parasieten, virussen, bacteriën, stress) waarvan de oorzaak nog niet helemaal gekend is.

    Typische symptomen: de dieren stoppen met eten, krijgen een dikke buik (met klotsgeluiden) en sterven plots.

    Ook hier zo snel mogelijk de dierenarts raadplegen.


 
  • Snot: meestal veroorzaakt door Pasteurella (bijna alle konijnen zijn drager van deze kiem, slechte omgevingsomstandigheden of stress doen de kiem opflakkeren).

    • optimaliseer de omgeving door temperatuurschommelingen,tocht en stoffig voeder te mijden.
    • zorg voor voldoende mestafvoer om hoge ammoniakconcentraties te vermijden.

    Behandeling met antibiotica: dus naar de dierenarts.

 
  • Olifantentanden: bij konijnen blijven alle tanden doorgroeien. De onderste naar boven zodat ze in de neus en de bovenlip kunnen groeien. De bovenste naar onder zodat ze in het gehemelte groeien.

    • de tanden slijten normaal af door over elkaar te schuren bij het kauwen. Daarom is voldoende ruwvoeder (hooi) belangrijk om het konijn continu te laten kauwen.
    • als de tanden toch te lang zijn, kan je ze laten bijslijpen door de dierenarts.

    Typische symptomen: kauwproblemen die kunnen leiden tot vermageren en/of speekselen.

 

 

TIP!

 

Inenten voorkomt ziekten

Je kan je konijn laten inenten tegen RHD (Rabbit Haemorrhagic Disease) en Myxomatose. Maak hiervoor het best een afspraak met je dierenarts. Sommige dierenartsen voorzien zelfs speciale “konijnendagen”.

Printvriendelijke afdruk